Voorkom overbodige meters in uw warehouse

Voorkom overbodige meters in uw warehouse

Als logistieke dienstverlener wilt u uw reachtrucks zo efficiënt mogelijk inzetten. U wilt ze zo min mogelijk “lege” meters laten rijden, zonder hierbij de prioriteiten in de uit te voeren werkzaamheden uit het oog te verliezen. Maar des te meer activiteiten en reachtrucks actief zijn, des te moeilijker wordt het voor uw medewerkers om handmatig de reachtruck activiteiten te bepalen. Hoe kunt u dan toch de juiste activiteiten bepalen? De module WMS Advanced X/Y Coordinates helpt u hierbij.

Met de module berekent u, realtime, welke activiteit er door de reachtruck moet worden uitgevoerd op basis van de huidige locatie, de afstand tot alle openstaande activiteiten en de activiteitsdatum/tijd van deze activiteiten. Daarbij kunt u instellen hoe de software de verhouding tussen uitvoeringsdatum en afstand bepaald. Deze activiteit wordt dan toegekend aan de betreffende reachtruck. Zodra de activiteit is uitgevoerd, wordt de volgende activiteit berekend op basis van de nieuwe locatie. Zo zorgt u dat uw reachtrucks zo efficiënt mogelijk te werk gaan.

In deze blog licht consultant Jan-Dirk toe hoe de module WMS Advanced X-Y Coordinates bij kan dragen aan efficiëntie in uw warehouse en hoe u deze module gebruikt en inricht. Wilt u direct meer weten over een specifiek onderdeel van het werken met X-Y coördinaten? Navigeer dan direct naar een van de volgende sub-topics:

Hoe bepaalt u de afstand tot openstaande activiteiten

Bij het werken met X-Y coördinaten staan afstanden tussen locaties centraal. Om te bepalen welke activiteit als volgende uitgevoerd moet worden, en om dit zo efficiënt mogelijk toe te kennen, wordt voorafgaand aan een activiteit berekend wat de afstand is tussen locaties van openstaande activiteiten. Om de berekening van de af te leggen afstand per activiteit te kunnen uitvoeren, moet er in de stamdata van 3PL Dynamics het volgende worden vastgelegd.

Stap 1. Locaties

Allereerst moet in de tabel voor locaties worden vastgelegd welke grondlocatie er aan een locatie is gekoppeld. Daarmee hoeft u niet alle unieke locaties in een stelling van een X-Y coördinaat voorzien, maar kunnen deze – op basis van de grondlocatie – ook doorwerken in de bovenliggende locaties. Daarnaast is het van belang om op de locatie vast te leggen wat de breedte is. Dit wordt vastgelegd via de locatiesoort.

Stap 2. Knooppunten

De volgende stap is het vastleggen van de knooppunten. Een knooppunt is een plek in het magazijn met een uniek X-Y coördinaat. De knooppunten worden via paden en verbindingen aan elkaar gekoppeld.

Wat is een pad?

Een pad is een verbinding tussen 2 knooppunten. Een pad kan bestaan uit enkel een verbinding, bijvoorbeeld 2 knooppunten die zich elk aan het begin van een gang bevinden, maar ook uit een verbinding met tussenliggende locaties.

In onderstaande afbeelding ziet u dat KNP 1 – KNP2 en KNP 3 – KNP4 aan elkaar zijn gekoppeld. Deze paden bevatten geen tussenliggende locaties. De verbinding tussen KNP 1 en KNP3 daarentegen zijn aan elkaar gekoppeld én hebben tussenliggende locaties.

Wanneer het pad tussenliggende locaties bevat kunnen deze, op volgorde, worden toegekend aan het pad. Hierbij wordt ook vastgelegd of deze locaties zich links of rechts in het pad bevinden. Wanneer de (grond)locaties zijn toegekend, wordt op basis van de locatiebreedte en de volgorde binnen het pad berekend wat het X-Y-coördinaat van elke locatie is. Ook wordt berekend wat de afstand is per locatie tot de 2 knooppunten. Een voorbeeld voor een ingericht pad met tussenliggende locaties ziet u in onderstaande afbeelding.

Stap 3. Routematrix

Vervolgens moet u de routematrix definiëren. De routematrix bevat de route en kortste afstand tussen alle knooppunten in de database, met de voorwaarde dat de stamdata op de juiste manier is ingericht via de locaties, paden en knooppunten. Wanneer u alle knooppunten en paden heeft gedefinieerd, kunt u de berekening laten uitvoeren. Op dat moment wordt de routematrix gevuld. Deze routematrix wordt gebruikt als basis voor de berekening van de afstand tussen de huidige locatie en de locatie van alle openstaande activiteiten. In onderstaande afbeelding vindt u een voorbeeld van de routematrix.

Bepaling van de activiteitsdatum en tijd

Naast afstand is ook de activiteitsdatum en tijd een belangrijke factor tijdens de calculatie van de optimale route voor uw reachtrucks. Voor de bepaling van de uitvoeringstijd voor openstaande activiteiten wordt gebruik gemaakt van het veld ‘Activiteitsdatum/tijd’. Dit veld wordt op 2 verschillende manieren gevuld:

  1. Voor putaway- (inslagdragers van dock naar bulk) en replenishment-activiteiten (van bulk naar pickzone) wordt de activiteitsdatum/tijd gevuld met de datum/tijd waarop de betreffende activiteit is aangemaakt.
  2. Voor DIRECTSHIP (uitslagdragers van bulk naar dock) wordt de activiteitsdatum/tijd gevuld met de datum/tijd waarop de uitslag verwacht wordt  of gepland is dat deze wordt geladen. Wanneer u gebruik maakt van ritten in uw WMS, kunt u de geplande aankomstdatum/-tijd koppelen aan de module WMS Advanced X-Y Coordinates. Deze waarde wordt dan automatisch overgenomen naar de onderliggende uitslagen.

Om de uitvoeringstijd te bepalen, hoeft niets specifieks ingericht te worden. Deze velden worden automatisch gevuld wanneer de activiteit wordt aangemaakt of wanneer er een koppeling is met andere functionaliteiten in uw WMS. Omdat de bepaling van activiteitsdatum/tijd wel van belang is voor de bepaling van de activiteiten van de reachtrucks is het wel belangrijk dat deze velden op een van bovenstaande manieren gevuld worden.

Activiteitsmanager & berekening van de score per activiteit

Om de weging van de verschillende berekeningscomponenten vast te leggen, biedt de activiteitsmanager uitkomst. Daarbij wordt gebruik gemaakt van onderstaande berekening om de meest optimale, openstaande activiteit te bepalen.  De activiteit met de laagste score wordt daarbij als eerste toegewezen.

FORMULE: BASISSCORE -/- TIJDSCORE + AFSTANDSCORE

Parameters instellen

Om bovenstaande berekening uit te voeren, zijn in de activiteitsmanager per soort 5 parameters in te stellen. Deze parameters zorgen ervoor dat u de variabele in bovenstaande formule kunt invullen.

1. Basisscore

Dit is de startwaarde voor de betreffende activiteit. De praktische invulling van deze waarde; wanneer onderstaande gegevens aan elkaar gelijk zijn, bepaalt de startwaarde welke activiteit de hoogste prioritiet heeft

  • Alle afstanden zijn aan elkaar gelijk
  • De activiteit datum  voor alle activiteiten is gelijk aan elkaar 
  • De activiteit datum is gelijk aan de huidige datum/tijd.

Een zojuist aangemaakte putaway-activiteit zal normaliter weinig prioriteit moeten krijgen. Terwijl een directship-activiteit zo snel mogelijk uitgevoerd moet worden, omdat men elk moment kan gaan laden. De putaway-activiteit krijgt daardoor vaak een hoge basisscore.

2. Vervaltijd (min)

De factor waarmee elke minuut vanaf de activiteitsdatum mee moet tellen.

3. Afloop (min)

De factor waarmee elke minuut tot aan de activiteitsdatum mee moet tellen. Ook dit is een harde waarde. Via de tijdfactor hang je hier een waarde aan om te bepalen hoe zwaar de tijd moet meetellen ten opzichte van de afstand. 

4. Tijd

De vermenigvuldigingsfactor voor de tijd. Deze is gerelateerd aan de eenheid voor de afstandsfactor. De tijd wordt altijd bepaald op basis van het aantal minuten.

5. Afstand

De afstandsfactor is de vermenigvuldigingsfactor voor de – zoals de naam het al verklapt – af te leggen afstand. Deze is gerelateerd aan de tijdfactor. Binnen 3PL Dynamics kunnen namelijk alle afstanden in de door u gewenste eenheid worden vastgelegd. Normaliter wordt dit in centimeters vastgelegd, maar het kan ook in meters of zelfs kilometers worden vastgelegd. Wanneer u werkt met centimeters zal de afstand dus in een veel hogere score resulteren dan wanneer u werkt in meters. Des te kleiner de eenheid voor de afstanden is, des te groter moet de tijdfactor worden ingesteld. Zo houdt u de juiste balans tussen afstand en tijd.

FORMULE: BASISSCORE -/- TIJDSCORE + AFSTANDSCORE

Wanneer u alle parameters heeft ingericht, wordt bovenstaande formule ingevuld aan de hand van de volgende formules:

TIJDSCORE = ((Aantal Minuten van huidige datum/tijd tot aan activiteitsdatum/tijd x Afloopfactor) -/- (Aantal Minuten vanaf activiteitsdatum/tijd tot huidige datum/tijd x Vervaltijdfactor)) x TIJDFACTOR

AFSTANDSCORE = (Afstand huidige locatie tot aan activiteitslocatie) x AFSTANDSFACTOR

Inrichting van de activiteitsmanager

Wanneer u de juiste parameters heeft ingesteld kunt u de activiteitsmanager inrichten. Hiermee worden de volgende acties van uw reachtrucks bepaald aan de hand van de ingestelde parameters en de eerder vastgelegde stamdata. In onderstaande afbeelding ziet u hoe de activiteitsmanager ingericht kan worden.

Het is mogelijk om verschillende activiteitsmanager-bepalingen vast te leggen, die op verschillende momenten van de dag actief zijn. Een voorbeeld van deze planning ziet u in onderstaande afbeelding. Hierin is bepaald dat van maandag t/m zondag, van 0:00 uur tot 12:00 uur de activiteitsmanager “EDE 0-12” actief is en dat van 12:00 uur tot 23:59 de activiteitsmanager “EDE 12-0” actief is. Hiermee bent u in staat om de prioriteiten per dagdeel anders in te richten. Hierbij bepaalt 3PL Dynamics tijdens de berekening van de volgende activiteit zelf welke activiteitsmanager op dat moment gebruikt moet worden op basis van de huidige datum/tijd.

Wanneer u de planning opent, staat de actieve activiteitsmanager vetgedrukt.

Toepassing in de scanner

WMS Advanced X-Y Coordinates, en dus de activiteitsmanager, is direct gelinkt aan de scanners die u in uw warehouseprocessen gebruikt. Wanneer u dus gebruik wilt maken van de module is een scanmodule van 3PL Dynamics noodzakelijk. Op deze manier wordt uw nieuwe module direct gelinkt aan de scanmodule die u al gebruikt in uw warehouse. Bij aanvang van het proces maakt de werknemer via een scan van zijn huidige locatie kenbaar waar hij zich in het warehouse bevindt. Aan de hand daarvan wordt de eerste activiteit bepaald. Elk scanproces resulteert erin dat een drager op een locatie wordt gescand. Bij putaway wordt daarbij de locatie waar de drager wordt opgeslagen gescand, bij replenishment de locatie waar de drager wordt weggezet en bij directship wordt de docklocatie of het klaarzetvak gescand. Op basis van de gescande locatie wordt de volgende activiteit bepaald. Dit gaat net zolang door tot alle activiteiten zijn uitgevoerd. Wanneer u X-Y coördinaten gaat gebruiken, stoomt de Boltrics Consultant uw scanschermen klaar. Samen zorgt u dan voor de juiste implementatie in uw warehouse processen.

De module WMS Advanced X/Y coordinates

Wilt u uw reachtrucks zo efficiënt mogelijk inzetten? Overweegt u de module WMS Advanced X-Y Coordinates in gebruik te nemen? Mail dan naar request@boltrics.nl. Samen met onze consultant kijkt u naar de juiste inrichting en toepassing in uw warehouse.

Jan-Dirk Bergsma
Geplaatst door:
Jan-Dirk Bergsma